
Er bestaan vijf fysieke USB-aansluitingstypes: USB-A, USB-B, USB-C, Micro-USB en Mini-USB. Elk type heeft een eigen vorm en toepassing. Daarnaast heeft elke aansluiting verschillende generaties (USB 1.0, 2.0, 3.0, 3.1, 4.0) die de snelheid en stroomlevering bepalen.
De vorm van de connector bepaalt waar je de kabel kunt insteken. De versie bepaalt hoe snel data wordt overgedragen en hoeveel watt je apparaat kan ontvangen. Een USB 2.0-poort met een USB-A-vorm levert maximaal 480 Mbit/s en 2,5 watt. Een USB 3.1-poort met een USB-C-vorm levert tot 10 Gbit/s en 100 watt.
| Type | Vorm | Typische toepassing |
|---|---|---|
| USB-A | Rechthoekig | Computer, lader, hub |
| USB-B | Vierkant | Printer, scanner |
| USB-C | Ovaal, omkeerbaar | Smartphone, laptop, tablet |
| Micro-USB | Klein trapezium | Oudere smartphones, powerbanks |
| Mini-USB | Breed trapezium | Camera’s, oudere apparaten |
USB-A is de rechthoekige connector die sinds 1996 op computers, laders en hubs zit. De stekker past maar in één richting. Aan de binnenkant zitten vier contacten: twee voor data, twee voor stroom. Bij USB 3.0 komen daar vijf extra contacten bij, waardoor de blauwe binnenkant iets dieper is.
USB-A wordt gebruikt aan de host-kant: het apparaat dat de stroom levert. Je vindt USB-A op desktops, laptops, wandladers en powerbanks. De aansluiting blijft populair voor randapparatuur zoals toetsenborden, muizen en externe harde schijven.
De maximale stroomlevering voor USB-A is 2,5 watt bij USB 2.0 en 4,5 watt bij USB 3.0. Voor snelladen heb je USB Power Delivery nodig, maar die specificatie wordt zelden op USB-A toegepast. Fabrikanten schakelen daarom over op USB-C voor opladen.
USB-B heeft een vierkante of afgeschuinde vorm en zit aan de apparaatkant. Je ziet deze aansluiting op printers, scanners, externe harde schijven en sommige audio-interfaces. De stekker is groter dan USB-A en heeft een afgeschuinde bovenkant bij USB 2.0, of een extra uitstulping aan de bovenkant bij USB 3.0.
De USB-B-connector werd ontworpen om verwarring te voorkomen: je kunt een printer niet per ongeluk verbinden met een andere printer. De A-naar-B-kabel maakt duidelijk welk apparaat de host is en welk apparaat de peripheral.
USB-B wordt minder gebruikt op nieuwe apparaten. De meeste compacte apparaten schakelden over op Micro-USB of USB-C. Je vindt USB-B nog op kantoorapparatuur en professionele audio-apparatuur waar ruimte voor een stevige connector beschikbaar is.
USB-C is een ovale, symmetrische connector die in 2014 werd geïntroduceerd. De stekker past in beide richtingen en beide uiteinden van een USB-C-kabel kunnen dezelfde vorm hebben. De aansluiting heeft 24 pinnen en ondersteunt USB 2.0, USB 3.1, USB 3.2, USB4, Thunderbolt 3, Thunderbolt 4, DisplayPort en USB Power Delivery.
USB-C vervangt geleidelijk alle andere aansluitingen. Smartphones, tablets, laptops en zelfs sommige desktops gebruiken alleen nog USB-C. De Europese Unie verplicht vanaf 2024 USB-C als standaard oplaadpoort voor mobiele apparaten.
De connector kan tot 100 watt leveren via USB Power Delivery 2.0, en tot 240 watt via USB Power Delivery 3.1. Dit maakt USB-C geschikt voor het opladen van laptops. De aansluiting kan ook video doorsturen: een USB-C-kabel kan een extern beeldscherm aansturen zonder aparte HDMI- of DisplayPort-kabel.
Let op: niet elke USB-C-kabel ondersteunt alle functies. Een goedkope USB-C-kabel kan beperkt zijn tot USB 2.0-snelheid (480 Mbit/s) en 15 watt. Controleer de specificaties als je snelladen of hoge datasnelheden nodig hebt.
Micro-USB is de kleine trapeziumvormige connector die tussen 2007 en 2020 op bijna elke smartphone zat. De stekker past in één richting en heeft vijf pinnen. Micro-USB bestaat in twee varianten: Micro-A (rechthoekig, zeldzaam) en Micro-B (trapezium, standaard op telefoons).
De meeste Micro-USB-poorten leveren 5 watt (5 volt, 1 ampère). Sommige fabrikanten voegden proprietary snellaadprotocollen toe die tot 18 watt halen, maar deze werken alleen met de bijgeleverde lader.
Mini-USB is een bredere voorloper van Micro-USB, gebruikt tussen 2000 en 2007. Je vindt Mini-USB nog op oude camera’s, MP3-spelers en GPS-apparaten. De connector is breder dan Micro-USB en heeft een grotere slijtage-tolerantie, maar neemt meer ruimte in beslag.
Beide types zijn verouderd. Nieuwe apparaten gebruiken USB-C. Als je een apparaat met Micro-USB hebt dat regelmatig oplaadt, overweeg dan een adapter of een nieuw apparaat: de poort slijt na 5000 tot 10.000 insteekbeurten en veel oude kabels leveren te weinig stroom voor moderne apparaten.
USB-versies bepalen de datasnelheid en stroomlevering. Elke nieuwe generatie biedt hogere snelheden, maar behoudt achterwaartse compatibiliteit. Een USB 3.0-apparaat werkt in een USB 2.0-poort, maar valt terug naar de lagere snelheid.
| Versie | Jaar | Snelheid | Stroom |
|---|---|---|---|
| USB 1.0 | 1996 | 1,5 Mbit/s | 2,5 W |
| USB 1.1 | 1998 | 12 Mbit/s | 2,5 W |
| USB 2.0 | 2000 | 480 Mbit/s | 2,5 W |
| USB 3.0 | 2008 | 5 Gbit/s | 4,5 W |
| USB 3.1 Gen 1 | 2013 | 5 Gbit/s | 4,5 W |
| USB 3.1 Gen 2 | 2013 | 10 Gbit/s | 100 W (met PD) |
| USB 3.2 Gen 2×2 | 2017 | 20 Gbit/s | 100 W |
| USB4 | 2019 | 40 Gbit/s | 240 W (met PD 3.1) |
USB 1.0 en 1.1 zijn verouderd en te langzaam voor moderne apparaten. USB 2.0 is voldoende voor toetsenborden, muizen en eenvoudige webcams. USB 3.0 is nodig voor externe harde schijven en SSD’s. USB 3.1 Gen 2 en hoger zijn bedoeld voor professionele opslag en video-editing.
USB4 combineert de snelheid van Thunderbolt 3 met USB. De specificatie vereist een USB-C-connector en is achterwaarts compatibel met USB 3.2, USB 2.0 en Thunderbolt 3. USB4 kan twee 4K-schermen aansturen of één 8K-scherm.
De benaming is verwarrend: USB 3.1 Gen 1 is identiek aan USB 3.0, maar kreeg een nieuwe naam. USB 3.2 Gen 1 is weer dezelfde specificatie. Fabrikanten gebruiken verschillende benamingen, wat het lastig maakt om te bepalen wat je koopt.
Controleer de kleur van de poort. Blauw duidt meestal op USB 3.0 of hoger. Zwart is USB 2.0. Rode of gele poorten zijn USB 2.0 of 3.0 met extra stroomlevering. Deze kleurcodes zijn geen standaard, dus sommige fabrikanten wijken ervan af.
Zoek naar het SuperSpeed-logo naast de poort. USB 3.0 heeft ‘SS’, USB 3.1 Gen 2 heeft ‘SS 10’, USB 3.2 heeft ‘SS 20′. USB4 heeft een logo met ’40’. Als er geen logo staat, ga je meestal uit van USB 2.0.
Tel de pinnen in de poort. USB 2.0 heeft vier pinnen. USB 3.0 heeft negen pinnen: de originele vier plus vijf extra voor hogere snelheid. Bij USB-C zijn alle pinnen verborgen, dus moet je afgaan op het logo of de specificaties van de fabrikant.
Controleer bij twijfel de specificaties in de handleiding of op de website van de fabrikant. Veel laptops hebben zowel USB 2.0- als USB 3.0-poorten. Als je een externe SSD aansluit op de verkeerde poort, krijg je een fractie van de mogelijke snelheid.
Zwarte USB-poorten zijn USB 2.0 met een maximale snelheid van 480 Mbit/s en 2,5 watt. Dit is de standaardkleur voor oudere computers en goedkope apparaten.
Blauwe USB-poorten zijn USB 3.0 of hoger. De blauwe kleur geeft aan dat de poort 5 Gbit/s of sneller is en tot 4,5 watt kan leveren. Sommige fabrikanten gebruiken lichtblauw voor USB 3.1 Gen 2, maar dit is geen gestandaardiseerde conventie.
Rode USB-poorten leveren stroom, zelfs als de computer in slaapstand staat of helemaal uit is. Deze ‘always-on’-poorten zijn bedoeld om een telefoon op te laden terwijl je computer uit staat. De snelheid is meestal USB 2.0 of USB 3.0, afhankelijk van het moederbord.
Gele USB-poorten hebben dezelfde functie als rode: ze blijven onder spanning staan. Sommige fabrikanten gebruiken geel in plaats van rood, andere gebruiken beide kleuren voor poorten met verschillende stroomlimieten.
Groene, paarse of oranje USB-poorten komen voor bij specifieke fabrikanten en duiden op proprietary functies zoals extra stroomlevering of een speciale besturingsmodus. Raadpleeg de handleiding van je moederbord om te weten wat de kleur betekent.
Nee. De fysieke vorm moet overeenkomen. Een USB-A-stekker past alleen in een USB-A-poort. Een USB-C-stekker past alleen in een USB-C-poort. Micro-USB past alleen in Micro-USB. Je hebt een adapter nodig om types te combineren.
USB 2.0- en USB 3.0-kabels met dezelfde connector zijn fysiek uitwisselbaar. Een USB 3.0-kabel werkt in een USB 2.0-poort en andersom. De snelheid valt terug naar de laagste specificatie van de kabel of de poort.
USB-C-kabels zijn niet allemaal gelijk. Een USB-C-kabel kan USB 2.0, USB 3.1, USB 3.2 of USB4 ondersteunen. De connector past altijd, maar de snelheid en stroomlevering variëren. Een goedkope USB-C-kabel biedt vaak alleen USB 2.0-snelheid (480 Mbit/s) en 15 watt. Een gecertificeerde kabel levert tot 100 watt en 40 Gbit/s.
Controleer de specificaties op de kabel zelf of op de verpakking. Gecertificeerde kabels hebben een label met de maximale snelheid en wattage. Als je een 65-watt-laptop wilt opladen, heb je een kabel nodig die minimaal 65 watt aankan. Een 15-watt-kabel werkt niet.
De poort levert te weinig stroom. USB 2.0-poorten leveren maximaal 2,5 watt (5 volt, 0,5 ampère). Een smartphone heeft 10 tot 20 watt nodig om snel op te laden. Als je een moderne telefoon aansluit op een oude USB 2.0-poort, duurt opladen vier tot acht keer langer dan met de meegeleverde snellader.
De kabel is te dun of te lang. Dunne kabels (28 AWG of hoger) hebben meer weerstand en verliezen spanning over de lengte. Een slechte kabel kan de helft van de stroom verliezen voordat deze je apparaat bereikt. Gebruik kabels van maximaal 1 meter voor snelladen en controleer of de draaddikte 20 of 22 AWG is.
Je gebruikt een data-only-kabel. Sommige USB-kabels hebben alleen de twee data-pinnen aangesloten en geen stroomlijnen. Deze kabels zijn bedoeld voor gegevensoverdracht tussen apparaten die hun eigen stroomvoorziening hebben. Controleer of je een volledige kabel hebt met vier (USB 2.0) of negen (USB 3.0) aangesloten draden.
Het apparaat ondersteunt geen snellaadprotocol. Snelladen vereist dat zowel de lader als het apparaat hetzelfde protocol spreken: USB Power Delivery, Qualcomm Quick Charge, of een fabrikant-specifiek protocol. Als de lader PD ondersteunt maar je telefoon alleen Quick Charge herkent, valt de verbinding terug naar standaard 5 watt.
Voor snelladen heb je een wandlader nodig met minimaal 18 watt en een kabel die het protocol ondersteunt. USB-poorten op computers leveren zelden meer dan 4,5 watt, tenzij het een speciale ‘charging port’ is.
Computers hebben vaak een mix van USB 2.0- en USB 3.0-poorten. USB 2.0 (zwart) levert 480 Mbit/s en 2,5 watt. USB 3.0 (blauw) levert 5 Gbit/s en 4,5 watt. De blauwe poorten zijn tien keer sneller voor het kopiëren van bestanden naar een externe harde schijf of USB-stick.
Sommige poorten zijn aangesloten op de chipset, andere op de processor. Poorten op de chipset delen bandbreedte met andere randapparatuur zoals SATA-schijven en netwerk. Poorten rechtstreeks op de processor hebben een dedicated verbinding en hogere snelheid. Raadpleeg je moederbordhandleiding om te zien welke poorten de hoogste prioriteit hebben.
Rode of gele poorten blijven onder spanning staan als de computer uit is. Deze ‘always-on charging’-poorten zijn handig om een telefoon of tablet op te laden zonder de computer aan te laten. Ze leveren meestal dezelfde snelheid als zwarte of blauwe poorten, maar trekken wel continu stroom uit het stopcontact.
USB-C-poorten op moderne laptops ondersteunen vaak Thunderbolt 3 of Thunderbolt 4. Deze poorten kunnen een extern beeldscherm, harde schijf en oplader tegelijk aandrijven via één kabel. Niet elke USB-C-poort heeft Thunderbolt: controleer het bliksemschicht-logo naast de poort.
USB-poorten kunnen data overdragen, stroom leveren, of beide tegelijk. Een poort op een computer is standaard ontworpen voor data én opladen. Een USB-lader in het stopcontact heeft geen data-pinnen en levert alleen stroom.
Sommige goedkope kabels hebben alleen de twee data-draden aangesloten. Deze kabels kopiëren bestanden, maar laden niet op. Andere kabels hebben alleen de twee stroomdraden. Deze laden op, maar synchroniseren geen gegevens. Volledige kabels hebben alle vier (of negen) draden en doen beide.
Een ‘charging port’ op een laptop levert meer stroom dan een standaard data-poort. Opladen via een data-poort duurt langer, omdat de computer de stroomafgifte beperkt om oververhitting te voorkomen. Een dedicated oplaadpoort heeft geen datalijn actief en kan de volledige 2,5 watt (USB 2.0) of 4,5 watt (USB 3.0) leveren.
USB Battery Charging 1.2 (BC 1.2) is een specificatie die een poort laat aangeven dat deze tot 7,5 watt kan leveren. Apparaten herkennen een BC 1.2-poort en vragen meer stroom aan. Als de poort dit niet ondersteunt, valt de verbinding terug naar 2,5 watt.
Voor het snelst mogelijke opladen gebruik je een wandlader met USB Power Delivery en een gecertificeerde kabel. USB-poorten op computers zijn bedoeld voor randapparatuur en trage noodoplading, niet voor dagelijks gebruik.
Controleer welke poort je apparaat heeft. Smartphones vanaf 2020 gebruiken meestal USB-C. Oudere smartphones (2010–2020) hebben Micro-USB. Tablets variëren: iPads hebben Lightning of USB-C, Android-tablets hebben Micro-USB of USB-C.
Laptops laden op via een dedicated voedingsadapter of via USB-C. Laptops met USB-C opladen hebben meestal een poort met een batterij-icoontje ernaast. Controleer het wattage dat je laptop nodig heeft: 30W, 45W, 65W of 100W. Gebruik een kabel en lader die dat wattage ondersteunen.
Printers en scanners gebruiken meestal USB-B aan de apparaatkant en USB-A aan de computerkant. Je hebt een USB-A naar USB-B kabel nodig. Externe harde schijven en SSD’s hebben Micro-USB, USB-C of een proprietary connector. Controleer de meegeleverde kabel of de specificaties van de fabrikant.
Voor datatransfer kies je een kabel met de hoogst mogelijke snelheid die je apparaten ondersteunen. Een USB 3.0-kabel is voldoende voor de meeste toepassingen. Voor video-editing of het werken met grote RAW-bestanden kies je USB 3.1 Gen 2 of hoger.
Voor opladen kies je een kabel die het wattage van je lader aankan. Een 5-watt-kabel werkt niet met een 30-watt-lader. Koop gecertificeerde kabels met het USB-IF-logo of het merk van een gerenommeerde fabrikant. Goedkope no-name-kabels leveren vaak minder stroom dan geadverteerd en kunnen oververhit raken.
Een USB-A naar USB-C adapter laat je een USB-C-apparaat aansluiten op een oudere USB-A-poort. De adapter zet de fysieke vorm om, maar kan de snelheid of het wattage niet verhogen. Als je een USB-C-telefoon aansluit op een USB-A 2.0-poort via een adapter, krijg je maximaal 2,5 watt en 480 Mbit/s.
Een USB-C naar USB-A adapter werkt andersom: je sluit een oude USB-A-stick of muis aan op een nieuwe laptop met alleen USB-C-poorten. De adapter voegt geen functionaliteit toe. Een USB 2.0-apparaat blijft beperkt tot USB 2.0-snelheid, zelfs als de USB-C-poort USB 3.1 ondersteunt.
Adapters zijn goedkoop en compact, maar stapelen verliezen op. Elke extra connector voegt weerstand toe en verhoogt het risico op contactproblemen. Voor regelmatig gebruik koop je beter een kabel met de juiste connectoren aan beide uiteinden.
Micro-USB naar USB-C adapters zijn populair om oude kabels te hergebruiken. Deze adapters ondersteunen meestal alleen opladen en geen data. Als je data wilt overdragen, heb je een adapter nodig die expliciet data-passthrough ondersteunt. Controleer de specificaties voordat je koopt.
Let op: sommige adapters ondersteunen geen USB Power Delivery. Als je een laptop wilt opladen via een adapter, controleer dan of de adapter minimaal het wattage van je laptop doorgeeft. Goedkope adapters beperken vaak tot 15 watt, wat te weinig is voor de meeste laptops.
De kabel is kapot of heeft geen data-draden. Probeer een andere kabel. Als het apparaat wel oplaadt maar niet verschijnt in de bestandsbeheerder, gebruik je een ‘charging-only’-kabel zonder data-pinnen.
De USB-poort is defect. Probeer een andere poort op je computer. Als het apparaat wel werkt in een andere poort, is de oorspronkelijke poort beschadigd of heeft deze onvoldoende stroom.
Het apparaat heeft een driver nodig die niet is geïnstalleerd. Windows installeert automatisch drivers voor veel apparaten, maar niet voor alles. Raadpleeg de website van de fabrikant en download de juiste driver voor je besturingssysteem.
De USB-poort levert onvoldoende stroom. Externe harde schijven met 3,5-inch schijven hebben vaak meer dan 4,5 watt nodig. Sluit het apparaat aan op een voeding of gebruik een USB-Y-kabel die stroom van twee poorten tegelijk haalt.
De USB-controller in de computer is vastgelopen. Herstart je computer. Als het probleem aanhoudt, ga naar Apparaatbeheer (Windows) of Systeeminformatie (macOS) en verwijder het apparaat uit de lijst. Sluit het daarna opnieuw aan, zodat het besturingssysteem het opnieuw detecteert.
Het apparaat is niet compatibel met je besturingssysteem. Oude apparaten werken soms niet op Windows 11 of macOS Sonoma. Controleer de systeemvereisten van het apparaat en zoek naar firmware-updates die nieuwere besturingssystemen ondersteunen.
USB On-The-Go (OTG) laat een smartphone of tablet optreden als USB-host. Hiermee sluit je een USB-stick, toetsenbord, muis of externe harde schijf aan op je telefoon. De telefoon levert stroom en beheert de gegevensoverdracht, net als een computer.
Niet alle apparaten ondersteunen OTG. Controleer de specificaties van je telefoon of gebruik een app als ‘USB OTG Checker’ om te zien of je apparaat compatibel is. De meeste Android-telefoons vanaf 2015 ondersteunen OTG. iPhones ondersteunen het niet zonder speciale Lightning-naar-USB-adapters van Apple.
Je hebt een OTG-kabel of adapter nodig. Dit is een korte kabel met een Micro-USB of USB-C-aansluiting aan de ene kant en een USB-A-aansluiting aan de andere kant. De kabel signaleert aan de telefoon dat deze in host-modus moet schakelen.
OTG is handig voor het overbrengen van foto’s naar een USB-stick zonder computer, of voor het aansluiten van een gamecontroller op je telefoon. Let op: de telefoon levert stroom aan het aangesloten apparaat, wat je batterij snel leeg trekt. Gebruik OTG alleen als je voldoende batterijlading hebt of als je telefoon tegelijkertijd oplaadt.
Sommige apparaten vragen te veel stroom. Een externe harde schijf met 3,5-inch schijven werkt niet via OTG, omdat de telefoon niet genoeg watt kan leveren. Gebruik een harde schijf met eigen voeding of een SSD die minder stroom vraagt.
USB 2.0 werkt betrouwbaar tot 5 meter. Langere kabels hebben te veel weerstand en het signaal verzwakt. Boven 5 meter krijg je verbindingsfouten of apparaten die niet worden herkend. Voor langere afstanden gebruik je een actieve USB-verlengkabel met een ingebouwde signaalversterker.
USB 3.0 en hoger zijn gevoeliger voor signaalverlies. De maximale lengte is 3 meter voor passieve kabels. Langere USB 3.0-kabels hebben actieve elektronica in de stekker om het signaal te versterken. Deze kabels kosten meer, maar werken tot 10 meter zonder snelheidsverlies.
USB-C-kabels voor USB Power Delivery zijn beperkt tot 2 meter voor kabels die 100 watt leveren. Langere kabels hebben dikkere draden nodig om dezelfde stroom te leveren zonder oververhitting. Een 3-meter USB-C-kabel levert meestal maximaal 60 watt.
Voor afstanden boven 10 meter gebruik je een USB-over-Ethernet-extender. Dit is een setje van twee adapters die het USB-signaal omzetten naar een Ethernet-signaal en weer terug. Je kunt dan een netwerkkabel van 50 meter of langer gebruiken. Deze oplossing wordt toegepast voor beveiligingscamera’s, printers in serverruimtes en industriële apparatuur.
Gebruik altijd de kortst mogelijke kabel. Elke meter voegt weerstand toe en verhoogt het risico op storingen. Voor een externe SSD op je bureau is 0,5 meter voldoende. Voor een printer 2 meter verderop gebruik je 2 meter, niet 5 meter.
USB-A is de officiële naam voor de rechthoekige USB-aansluiting die al sinds 1996 wordt gebruikt. De ‘A’ duidt op het host-apparaat: een computer, lader of hub die stroom levert. USB-A past maar in één richting en wordt op bijna elk apparaat met USB-poorten toegepast.
Ja, alle USB-versies zijn achterwaarts compatibel. Een USB 3.0-apparaat werkt in een USB 2.0-poort en andersom. Wel valt de verbinding terug naar de laagste snelheid: gebruik je een USB 3.0-stick in een USB 2.0-poort, dan haal je maximaal 480 Mbit/s in plaats van 5 Gbit/s.
Oudere apparaten werden ontworpen toen Micro-USB de standaard was. USB-C werd pas in 2014 geïntroduceerd en biedt sneller laden, hogere datasnelheden en een omkeerbare stekker. Fabrikanten stapten geleidelijk over, waardoor beide typen nog jaren naast elkaar bestaan.
Ja, USB-C is volledig omkeerbaar en symmetrisch. Beide uiteinden van een USB-C naar USB-C kabel zijn identiek en kunnen zowel stroom leveren als ontvangen. Het maakt niet uit welk uiteinde je in welk apparaat steekt.
Zwart is USB 2.0, blauw is USB 3.0, rood geeft dat de poort stroom levert zelfs als de computer uit staat, en geel duidt op ‘always-on’ opladen. Deze kleurcodes zijn een fabrieksconventie, maar niet alle merken houden zich eraan.
Controleer of de kabel USB Power Delivery ondersteunt en of de draaddikte minimaal 20 of 22 AWG is. Goedkope kabels gebruiken dunner draad en kunnen hooguit 5W leveren, terwijl een goede kabel tot 100W aankan. Let op de specificaties op de verpakking of wikkel.
Nee, de snelheid van een USB-stick wordt bepaald door de chip en het USB-protocol, niet door het bestandssysteem. Formatteren wist alleen gegevens. Als je stick traag is, gebruik dan een USB 3.0-poort in plaats van USB 2.0, of koop een stick met snellere chips.
USB-C en Micro-USB zijn fysiek verschillende aansluitingen. Je hebt een adapter of een nieuwe kabel nodig met USB-C aan de ene kant en Micro-USB aan de andere kant. Beide types zijn niet compatibel zonder adapter.
Niet altijd. Sommige USB-C-poorten zijn alleen bedoeld voor data. Zoek naar een poort met een batterij-icoontje of het Power Delivery-logo ernaast. Raadpleeg de handleiding van je laptop om te zien welke poort opladen ondersteunt.
De kabel levert minder stroom door hogere weerstand. Je apparaat laadt langzamer op of helemaal niet. Bij data-overdracht krijg je geen problemen, maar voor opladen kies je een kabel met minimaal 22 AWG-draaddikte.